Benchmarken: wat heb je eraan?

Benchmarking is in de mode in de pensioenwereld. Gespecialiseerde bureaus schieten als paddenstoelen uit de grond. Het gaat meestal over de kosten. Maar wat heb je eraan, word je er als pensioenfonds beter van? Tijd om het verschijnsel te ontrafelen. Aan het woord: Arno Korsten, honorair hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, faculteit Rechtsgeleerdheid.

 

Met anderen schreef Arno Korsten in 2013 ‘Mythen over benchmarking’, waarin hij feiten en ficties behandelt rond het vergelijken van prestaties tussen organisaties, met bijzondere aandacht voor gemeenten. Benchmarking wordt opgevat als het vergelijken van organisaties op hun prestaties, het rangordenen daarvan (wie is de beste) en zich richten op het vinden van ‘beste praktijken’ om van daaruit te verbeteren. Aan het eind stelt hij vast: ‘De keizer (‘benchmarking’) heeft minder kleren aan dan gedacht.’ Over de activiteit op zich is Arno Korsten wel positief: ‘In principe is vergelijken nuttig. Je hebt een bepaalde ambitie en je wilt weten waar je staat, je wilt een lerende organisatie zijn. Maar ja, er is geen enkele organisatie die niet excellent wil zijn, vaak zijn zulke ambities helemaal niet waar te maken.

Arno Korsten

Benchmarking is ook een hoera-begrip, een hoge score is goed voor je ego. Dat is mooi, en je moet het een organisatie ook niet afpakken, maar je moet het wel laten volgen door analyses van verschillen en reflectie (‘hoe beter’). Een benchmark mag niet voor de show zijn. Je wilt iets bereiken en je wilt weten hoe je dat het beste kunt bereiken. Daar kan een benchmark een beetje bij helpen.’

Bonnen voor hardrijders

Om te beginnen moet je vooraf goed weten wat je wilt meten en wat er belangrijk is. Een benchmark moet kwantificeerbaar zijn, dus vallen onderzoekers terug op gegevens die beschikbaar zijn, en indicatoren die voor de hand liggen. Maar het moeten wel relevante indicatoren zijn, die ook echt iets zeggen. ‘Neem de politie. Je brengt bijvoorbeeld in kaart hoeveel bonnen er worden uitgeschreven voor te hard rijden. Daar komt dan een bepaalde score uit voor Noord-Brabant. Maar wat zegt dat? Is het wel een kernactiviteit van de politie? Je weet op voorhand dat er zal worden gezegd: interessant hoor, die bonnen, maar hebben ze niks beters te doen? Als je niet oppast, weet je alleen iets over het aantal uitgeschreven bonnen, en verder niets.’

Alleen maar Frans Bauer

Bovendien: vaak verklaren de uitkomsten niet wat je werkelijke positie in de vergelijking is. 'Stel dat je schouwburgen vergelijkt. Dan is het meest voor de hand liggende criterium waarschijnlijk de stoelbezetting. Maar wat zegt een hoge bezettingsgraad? Misschien hebben ze bij de ‘beste’ schouwburg een serie carnavalsavonden meegeteld. En je moet erbij betrekken welke ambitie een schouwburg heeft. Alleen maar publiekstrekkers, alleen maar Frans Bauer of succesvolle musicals, of juist ook experimenteel toneel? Dat moet je meewegen bij de reflectie. Je moet je kortom steeds afvragen: dring ik wel door tot de kern?’ ‘In een benchmark zie je een rangorde, maar die is vaak kunstmatig. Stel dat je studies antropologie vergelijkt, ik noem maar iets. Misschien zijn de docenten in Leiden het beste, de collegezalen in Groningen, het studieprogramma in Utrecht. Die elementen worden gewogen, en dan krijg je een score. Als je dan al weet wat je moet verbeteren, hoe kun je dat dan voor elkaar krijgen? En bovendien: wat op de ene plek werkt, hoeft net per se op een andere plek ook te werken. Je moet dus altijd naar de context kijken, naar het verhaal achter de cijfers.’

Artikelen

Een selectie van bijzondere artikelen uit ons magazine Blauw en bijdragen van medewerkers van Blue Sky Group aan andere magazines. 

Lees meer

Blauw september 2017

Kijk voor het gehele artikel in de Blauw van september 2017.

Blauw september 2017